Mistige beboste heuvels in zacht ochtendlicht
Gids

Wat is NEI-therapie?

NEI staat voor Neuro Emotionele Integratie. Het zoekt de emotionele lading achter een klacht, en gebruikt een spiertest of biotensor om te bepalen waar die zit.

De methode

Wat NEI onderzoekt

NEI-therapie is een methode die uitgaat van een emotionele lading achter een klacht. Niet het symptoom staat centraal maar de vraag welke emotie vastzit, welke overtuiging meespeelt en wat een patroon in stand houdt.

De afkorting staat voor Neuro Emotionele Integratie. Wat de methode onderscheidt is het instrument: met een spiertest of een biotensor stel je vragen aan het lichaam en lees je het antwoord af, in plaats van het uit een gesprek af te leiden.

Daarmee zit NEI tussen twee werelden in. Het werkt met het onbewuste, zoals veel therapievormen, maar het doet dat via een vast protocol met herkenbare stappen. Dat maakt het leerbaar in korte modules en verklaart waarom de opleidingen in levels zijn opgedeeld in plaats van in jaren.

Werkboek Neuro Emotionele Integratie met biotensor op tafel naast vetplanten
Het instrument

Wat een spiertest of biotensor doet

Je stelt een vraag die met ja of nee te beantwoorden is, en het lichaam geeft een reactie: een spier die meegeeft of juist niet, of een biotensor die een kant op draait. Het antwoord komt binnen voordat iemand erover heeft nagedacht.

Het instrument is daarmee geen orakel maar een manier om af te bakenen. Je zoekt niet naar hét antwoord, je sluit stap voor stap uit waar het níet zit. Wat overblijft is de plek waar je verder werkt.

Leren vertrouwen op wat er uitkomt is het lastigste deel van de eerste maanden. Je moet je eigen verwachting kunnen herkennen, want die stuurt de uitslag zodra je hem laat meedoen.

Daarom oefen je in het begin op mensen van wie je de uitkomst niet kunt raden. Test je op iemand die je goed kent, dan weet je het antwoord al voordat je de vraag stelt, en dan train je niets.

De twee begrippen

Lading en protocol

Twee woorden komen in elke NEI-omschrijving terug. Wie ze kent, leest een programma meteen anders.

Lading

De emotionele spanning die aan een herinnering, overtuiging of patroon vastzit. Het gaat niet per se om een groot voorval; ook een oude gewoonte draagt lading.

Protocol

De vaste volgorde waarin je test en werkt. Dat maakt de methode leerbaar en herhaalbaar, en het houdt een consult op koers als er veel tegelijk naar boven komt.

Het protocol is meteen wat NEI onderscheidt van vrijere vormen van energetisch werk. Je improviseert niet; je volgt een route en de test bepaalt welke afslag je neemt.

Drie levels, drie lagen

1

Het fundament

Werken met de biotensor als toegang tot het onbewuste, en het protocol leren volgen. Welke emotie zit vast, welke overtuiging speelt mee, en wat houdt het patroon in stand.

2

De laag eronder

Chakra’s, stress, karakterstructuren en overtuigingen komen erbij. Je test waar energie vastzit en werkt met wat daaronder ligt in plaats van met wat zich als eerste aandient.

3

Buiten het protocol

Energetisch waarnemen tijdens een consult: een beeld, een woord, een gewaarwording die het protocol niet verklaart. Wat je daarmee doet is de kern van dit niveau.

Twee bronnen

Wat de test zegt en wat jij opmerkt

In een consult komen twee soorten informatie binnen, en ze vragen iets anders van je.

Uit de test

Een ja of een nee op een vraag die jij stelt. Objectief in de zin dat je hem kunt herhalen, en beperkt in de zin dat je alleen antwoord krijgt op wat je bedacht hebt te vragen.

Uit je eigen waarneming

Een beeld dat opkomt, een woord, iets wat je in je eigen lichaam voelt. Dat valt buiten het protocol, en juist daarom leer je pas op het derde niveau wat je ermee doet.

Alles wat binnenkomt meteen uitspreken helpt een cliënt niet. Wat iemand ermee kan bepaalt of het op tafel komt, en wanneer — en dat afwegen is een vaardigheid op zich.

Twee routes

Erbij nemen of als eigen vak

NEI wordt zelden als eerste opleiding gekozen. Dat verklaart de opzet: korte levels die je naast ander werk kunt volgen.

Naast een bestaand vak

Coaches, therapeuten en lichaamswerkers nemen het erbij als extra ingang. Het protocol laat zich inpassen in een consult dat je al voert.

Als eigen praktijk

De drie levels samen vormen een doorlopende leerlijn waarmee je zelfstandig consulten draait. Dat vraagt wel de volle route.

Voor beide routes begin je bij level 1. Het verschil zit in hoe ver je gaat, en of je de methode inpast in wat je al doet of er je hele werkwijze op bouwt.

FAQ

Veelgestelde vragen

Wat mensen vragen voordat ze aan een NEI-opleiding beginnen.

Waar staat NEI voor?

Voor Neuro Emotionele Integratie. De naam verwijst naar het uitgangspunt van de methode: dat een emotionele lading zich vastzet en dat je die met gerichte stappen weer kunt losmaken.

Wat is een biotensor?

Een pendelachtig instrument dat uitslaat op een ja of een nee. Het werkt op dezelfde manier als een spiertest: het lichaam geeft een reactie op een vraag, zonder dat het hoofd eerst hoeft na te denken. Wat je met dat antwoord doet, is het eigenlijke vak.

Moet ik level 1 doen voordat ik level 2 kan volgen?

Ja. De levels bouwen op elkaar: level 1 legt het fundament met de biotensor, level 2 gaat naar de laag eronder en level 3 naar het werken met intuïtie in consulten. Aanbieders vragen bij inschrijving naar je vorige niveau.

Is NEI hetzelfde als kinesiologie?

Nee, al delen ze de spiertest als instrument. Kinesiologie richt zich breder op het testen van het lichaam; NEI werkt met een vast protocol dat naar de emotionele lading achter een klacht zoekt.

Heb ik voorkennis nodig?

Voor level 1 niet. Wel werk je vanaf het begin met een instrument dat je moet leren vertrouwen, en dat kost oefening. Daarom zit er in de eerste fase veel oefentijd met medestudenten.

Hoe lang duurt een NEI-opleiding?

Per level is het een kort traject van enkele dagen met oefentijd ertussen. De hele leerlijn van level 1 tot en met level 3 loopt over een langere periode, omdat je tussen de levels praktijkervaring opdoet.

De drie levels naast elkaar

Level 1, 2 en 3 komen van dezelfde opleider en vormen samen één doorlopende leerlijn. Op de vergelijkpagina staan ze tegenover elkaar, met de instap en de opbouw erbij.